Rik Torfs over waarheid, macht en emotie

by | feb 1, 2026 | Interview | 0 comments

Bestaat er wel zoiets als (de) waarheid? Of is wat waarheid genoemd wordt slechts een instrument om de eigen macht te vergroten? En hoe verhoudt ‘de waarheid’ zich tot ratio en emotie? Het Custodes Instituut vroeg het aan Rik Torfs, auteur van Waarheid (Ertsberg, 2025).

Rik Torfs is emeritus hoogleraar kerkelijk recht aan de KU Leuven. Van diezelfde universiteit was hij van 2013 tot 2017 rector. Professor Torfs publiceerde naast academische artikelen en handboeken verschillende populaire werken, waaronder Tijdgeest: een perspectief op mens en tijd (Ertsberg, 2023), Het Vaticaan: Achter de schermen van de kerk (Lannoo, 2024) en zijn meest recente pennenvrucht Waarheid. Van 2010 tot 2013 was Torfs senator voor CD&V.

Is ‘de waarheid’ meer dan ‘de consensus’? Met andere woorden: bestaat er zoiets als een realiteit die bestaat buiten de interpretatie door de deelnemers aan – of vormgevers aan – die realiteit?

Rik Torfs: Ik denk dat wel. Alleen is ze niet helemaal bereikbaar voor die deelnemers. In het begin van mijn boek haal ik het citaat ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’ aan, een citaat uit het Johannesevangelie. Dat is een aspiratie die nogal absoluut is. Maar voor mij illustreert het dat er wel een waarheid bestaat, dat de waarheid niet zomaar iets relatief is, maar dat wij als gewone mensen moeten erkennen dat ze die nooit helemaal kunnen bereiken.

Dat idee verschilt van het idee dat de waarheid in handen ligt van iemand die het recht heeft om haar te bewaken, voor de volle honderd procent. Dat was zeker zo in de meest dogmatische periodes van het instituut Kerk. Maar dat idee verschilt ook van het totale relativisme, anything goes. Of in de lijn van Michel Foucault, de Franse filosoof, die vond dat ‘waarheid’ en macht niet van elkaar zijn los te maken. En dat alles louter interpretatie is, niets meer. Ook dat verwerp ik. Ik geloof in een waarheid, waarvan het mooie ook is dat we ze nooit in haar totaliteit zullen kennen.

Wie het bestaan van waarheden ontkent, zet de deur open voor moreel relativisme en daaraan verbonden wreedheden. Wie, bijvoorbeeld, ontkent dat Joden of Palestijnen mensen zijn, vindt allicht dat iedere vorm van geweld toegestaan is. Is de ‘My Truth’-evolutie daarom niet erg gevaarlijk?

Daarmee komen we bij de morele dimensie van de waarheid. Ik denk dat wie transcendentie aanvaardt, wie erkent dat er iets bestaat dat ons overstijgt, ook moet aanvaarden dat we niet het recht hebben om onze eigen morele normen te bepalen. Dat is een consequentie daarvan. En dan moet je erkennen dat het individu niet de ultieme scheidsrechter is van wat kan en mag.

Als je oudere denkers leest, zoals de Oude Grieken, dan zie je dat zij de zaken op een andere manier benaderden. Zij gingen uit van dialectische modellen, zoals bij Socrates, of vormen van deugdenethiek, zoals bij Aristoteles, waarbij eigenschappen van mensen afgewogen werden om tot ‘iets redelijks’ te komen. Dat waren geen theoretische, deductieve manieren om de waarheid te vinden, maar eerder bottom-up of inductief. Die methode staat, vind ik, trouwens niet zo ver van de christelijke gedachte van het gevormde geweten. Een christen heeft de plicht om zijn geweten te volgen, maar hij moet het wel voortdurend vormen. En ik denk dat zo’n gevormd geweten bepaalde ideeën, zoals de gelijkschakeling van Joden of Palestijnen en dieren, uitsluit.

Denkt u dat de vorming van dat geweten iets universeel of onvermijdelijks heeft? Ondanks dat op papier een eindeloos aantal opties mogelijk zijn, komen de meeste mensen tot een soort van minimummoraal. Of ben ik nu te optimistisch?

Ik denk dat er wel een grote consensus bestaat over wat een ‘mens’ is, maar niet noodzakelijk over wat het net betekent om ‘menselijk’ te zijn. Over algemene, abstracte concepten zonder directe morele dimensie – een mens, een dier, een zaak – zal meestal een ruime overeenstemming bestaan, maar zodra daaruit morele consequenties getrokken moeten worden, stel je vast dat de opvattingen snel uiteenlopen.

Dat valt ook op tijdens de politieke discussies over ‘onze normen en waarden’. Over die normen en die waarden wordt heel hoogdravend gedaan, tot men moet uitleggen welke dat net zijn. En dan worden soms zaken vermeld die een halve eeuw geleden niet bestonden of zeker niet tot die breed gedeelde waarden behoorden, zoals het homohuwelijk of het recht om van geslacht te veranderen. Zaken waar ik – voor de duidelijkheid – niets op tegenheb, maar die toch op z’n minst maar héél recente normen en waarden zijn. Mensen zullen, opnieuw, wel akkoord gaan met het bestaan en het concept van gedeelde ‘normen en waarden’, maar over de invulling ervan bestaat veel meer discussie.

Als je aan de mannen die tijdens de Tweede Wereldoorlog streden voor de bevrijding van Europa had gevraagd of gendertransities deel uitmaken van de Europese normen en waarden, zouden zij bijna unaniem negatief geantwoord hebben. Volgens onze huidige maatstaven waren zij geen ‘echte’ Europeanen. 

Nu zijn er ook wel bepaalde waarden die de tand des tijds doorstaan hebben, hé. Vrijheidsrechten die een stuk ouder zijn, zoals de vrijheid van meningsuiting. Al zie je vandaag soms meer scepsis tegenover die vrijheid van meningsuiting dan tegenover het recht van een transpersoon om met de juiste voornaamwoorden te worden aangesproken. Dat is interessant. En ik denk ook dat als je vandaag aan heel wat mensen vraagt om vijf Europese of westerse waarden op te lijsten, dat er dan inderdaad verschillende tussen zitten die er zelfs twintig jaar geleden niet hadden tussen gezeten.

Je kan je tezelfdertijd wel de vraag stellen of die moderne waarden inderdaad zo ruim gedeeld worden. ‘Normen en waarden’ worden vaak in één adem genoemd, maar ik verkies waarden boven normen. Want een norm is vaak toch een dwangmiddel om een waarde op te leggen wanneer die waarde toch niet zo ruim gedeeld werd als gehoopt. Haatspraakwetten, waarbij een lange lijst van mensen beschermd worden tegen strafbare meningen, lijken mij zo’n voorbeeld.

Ter rechterzijde bestaat de neiging om het belang van emoties te minimaliseren en aan de kant te schuiven. Maar zijn gevoelens soms ook relevant in de zoektocht naar ‘de waarheid’? Lacht rechts te gemakkelijk met emotie?

Lachen is gezond (glimlacht), zowel ter linker- als ter rechterzijde. In een samenleving in evenwicht, is de afstand of tegenstelling tussen emotie en denken niet zo groot. We moeten ons daarom misschien afvragen of die nadruk op emotie niet voortvloeit uit een soort van onbeholpenheid op vlak van het denken. Want voor wie niet goed weet wat het kader van zijn leven is, in welke bedding de rivier van zijn leven vloeit, is de emotie soms een uitlaatklep, een vorm van compensatie. Ik denk dat in tijden waarin mensen zich goed in hun vel voelen, de focus op emotie minder sterk is. Omdat ratio en emotie dan minder met elkaar concurreren.

Nu maak ik zeker wel ruimte voor emotie, op voorwaarde dat die geen totalitaire trekjes heeft en macht over anderen vraagt. Want wie zegt dat hij verontwaardigd is, en denkt gelijk te hebben omdát hij verontwaardigd is, bezondigt zich aan een vorm van onrecht tegenover zijn medemens. Die wordt dan immers verantwoordelijk gesteld voor het kalmeren en kanaliseren van die emotie, in plaats van te kunnen in debat treden over de grond van de zaak. Een vorm van rationele empathie is wel nuttig, omdat zo’n empathie helpt om de motieven van de andere te begrijpen. Maar u door de gevoelens van een ander laten overweldigen en bespelen is nooit een goed idee.

Een debat dat dit jaar zeker opnieuw de kop zal opsteken, is het abortusdebat. Als man lijkt het bijzonder moeilijk om hierover een mening te hebben die niet pro verdere versoepelingen is.

Dat is een heel interessant voorbeeld, natuurlijk. Abortus is een onderwerp waarover op korte termijn een taboe is gegroeid. Het debat wordt feitelijk onmogelijk gemaakt omdat heel veel mensen er niet aan mogen deelnemen. Terwijl vragen over de waarde van het leven, in casu het ongeboren leven, toch iedereen aanbelangen.

Hoe komt dat? Een emotionele keuze vanuit de bijzondere vrouwelijke ervaring? Dat kan zeker en dat zal vaak zo zijn. Maar je kan niet uitsluiten dat emotie ook op een rationele manier geïnstrumentaliseerd wordt om de discussie te verhinderen. Mensen zijn niet dom, hé, ze weten hoe ze punten kunnen scoren. En het is gemakkelijker om te zeggen ‘u bent geen vrouw, punt’ dan om te debatteren over de waarde van het embryo of de foetus. Dat laatste is veel moeilijker. Of over de vraag of de foetus al ‘pijn’ voelt, relevant bij een late abortus. Of, nog een voorbeeld, over de dunne lijn tussen steeds latere abortussen enerzijds en de wens om jonge prematuurtjes te redden. Op een bepaald moment zijn zij onze zorg en bescherming dus wel waard. Wanneer is dat? Moeilijke vragen die de geïnstrumentaliseerde emotie in de kiem wil smoren.

De regering-De Wever wil een kader invoeren voor niet-commercieel draagmoederschap. In het verkiezingsprogramma van coalitiepartner Vooruit stond dat de ‘draagvrouw’ een overeenkomst moet tekenen waarin zij afstand doet van het kind zodra het geboren is. Opmerkelijk daarbij is dat zij wél het recht op abortus behoudt en dus beschikt over het leven van een kind dat niet het hare is.

Zij kan dus niet van idee veranderen over het afstaan, maar wel over de beëindiging van het leven? Dat is interessant. (Zucht) Toen ik in de Senaat zat, hadden Marleen Temmerman (hoogleraar gynaecologie en toenmalig senatrice voor sp.a red.) en ik snel door dat die hele kwestie van draagmoederschap bijzonder complex was. We hebben een expert laten komen en die had een hele rits vragen die we niet meteen konden oplossen, dus hebben we dat maar laten liggen. Later heeft Jan Becaus (voormalig senator voor N-VA red.) mij nog gebeld, want ook hij had het op zijn bord gekregen.

Het verrast me misschien niet dat Vooruit net hiervoor een plan heeft uitgedokterd. Draagmoederschap lijkt me sowieso eerder een bekommernis van het kiespubliek van Vooruit of Groen, niet meteen van de volksmens.

Ook de hele kwestie van sterrenkindjes, ongeboren kinderen die overlijden tijdens de zwangerschap. Een kindje van vier maanden oud dat buiten de wil van de moeder overlijdt, is een kind, maar een kindje dat op vraag van de moeder afgedreven wordt is blijkbaar geen kind.

Volgens mij zit daar het volgende achter: de toekenning van een ontologisch statuut aan iets axiologisch. Ofwel een waardeoordeel dat een definitie wordt. Is het kind gewenst, dan is het een kind. Is het kind niet gewenst, dan is het geen kind. En ‘gewenst’ is natuurlijk niet iets dat je los van de betrokkene kan vaststellen, dat is iets subjectief. Een gevoel, eigenlijk. En dan moet je je toch afvragen of we zo’n subjectief iets als criterium kunnen gebruiken. Want als je dat doortrekt, is er niets dat je nog kan objectiveren.

U bent een vurig voorstander van de vrije meningsuiting. Als u twee gevaren moet aanduiden voor de vrije meningsuiting in Europa, welke zijn dat dan?  

Ten eerste, het idee dat de vrije meningsuiting er vooral is voor de ‘goede mensen’. En dat zij in dienst staat van één moreel platform, waardoor de ‘slechteriken’ niet aan bod mogen komen. Nochtans kunnen de slechteriken van vandaag de morele mensen van morgen zijn. Dat vind ik een eerste groot gevaar.

Ten tweede, maar daaraan gekoppeld, de devaluatie van de vrije meningsuiting als onderdeel van een ordinaire machtsstrijd. Mensen hun mening ontzeggen door ze niet als ‘mening’ te erkennen, bijvoorbeeld. Sophie Wilmès, volkomen onbekend in Vlaanderen en razend populair in Wallonië, zei ooit dat racisme geen mening is, maar een misdrijf. Nu kan je natuurlijk wel zeggen dat racisme een mening is die óók een misdrijf is, maar je kan niet zeggen dat het geen mening is. Maar die herkwalificatie is een handige manier om te zeggen dat er geen aanval plaatsvindt op de vrije meningsuiting, wanneer elke mening die aangevallen wordt geen ‘echte’ mening is.

We moeten opletten dat we het concept ‘mening’ niet dermate verengen dat mensen hun mening niet meer durven uiten. De angst om vrijmoedig te spreken verschraalt onze samenleving. Dat is vandaag al deels zo, maar het kan nog veel erger. Gelukkig kan het ook beter (glimlacht).

***

Foto © An Clapdorp/Ertsberg

Related Posts

0 Comments