Over vijftig jaar (Roan Asselman)

by | jan 1, 2026 | Custodes, Opinie | 0 comments

Ons land ziet er anders uit dan vijftig jaar geleden. Dat is waar of u nu in België of in Nederland woont. De Lage Landen veranderen, eerst langzaam, sinds de eeuwwisseling almaar sneller. Een verandering die een negatieve impact had op het welzijn van onze mensen en onze zwakste landgenoten (zoals wel vaker) het zwaarst trof. Twee ontwikkelingen verdienen daarbij onze aandacht en onze toorn: (1) de ongevraagde massamigratie uit Afrika en het Midden-Oosten, en (2) de transformatie van betrokken en verankerde burgers tot onthechte consumenten. Dat beide processen niet losstaan van elkaar verbaast allicht niet. Dat de omkering van beide bepalend zal zijn voor hoe onze samenleving er over vijftig jaar uitziet evenmin.          

Vlamingen – onze talrijke Nederlandse lezers kunnen zonder twijfel volgen – die het levenslicht zagen in de jaren ’90 werden geboren in een land dat niet meer bestaat. Hun taal, het Nederlands, staat onder druk, niet enkel in Brussel maar ook in een steeds verder opschuivende Brusselse Rand en in elke Vlaamse stad. Een vreemde religie zet zijn opmars voort, en nieuwe buren brengen culturen en conflicten uit verre landen met zich mee. Dertig jaar, langer hadden politici als Guy Verhofstadt en Angela Merkel niet nodig om hun continent – ons continent – onherkenbaar te maken.

Europa kreunt

Een verraad dat moeilijk overschat kan worden. Het hele continent kreunt onder de neerwaartse economische en culturele druk die voortvloeit uit de massale instroom van laagopgeleide mannen uit landen getekend door armoede en geweld, meestal met een beperkt begrip van – en beperkte waardering voor – de grondslagen die onze samenleving relatief veilig, welvarend en vrij maakten.

Deze nieuwe Europeanen zouden onze sociale zekerheid schragen in de vorm van een nieuw reservoir aan werkkrachten. Een belofte die al snel een leugen bleek. Inwijkelingen uit Afrika en het Midden-Oosten zijn een aanslag op onze particuliere en publieke middelen, van sociale huisvesting over gezondheidszorg tot onze gevangenissen. In België, bijvoorbeeld, heeft meer dan veertig procent van de gedetineerden niet de Belgische nationaliteit. Eén derde (van de totale populatie) verblijft zelfs illegaal in het land. Daarmee is natuurlijk nog niets gezegd over de stamboom van de Belgen die hen tussen de gevangenismuren vergezellen. Velen van hen hebben een Afrikaanse, Arabische of Turkse herkomst – elke cipier weet dat. Maar hoeveel het er precies zijn weet niemand, want de overheid houdt de afkomst van deze Belgen niet bij. Een bewuste keuze.

De cijfers schetsen geen fraai beeld van het soort migratie dat anti-Europese activisten de voorbije kwarteeuw bepleitten. Wie de transformatie van de Lage Landen evenwel in haar totaliteit wil vatten, moet (nog) verder kijken dan de harde data. Hij of zij moet met meer begaan zijn dan enkel het meetbare. Want wie ervan uitgaat dat migranten die werken en geen inbreuk maken op de strafwet geen problemen veroorzaken, maakt zich schuldig aan een simplistische visie op mens en maatschappij. Samenleven is meer dan statistiek.

Op de bus naar Brussel

Wie wel eens de bus van Brussel naar Leuven neemt, begrijpt dit meteen. In België is het gebruik van de talen vrij, wat (onder meer) betekent dat een busrit van of naar Brussel vooral in het Frans, Arabisch, Turks of een taal uit Sub-Saharaans Afrika plaatsvindt. Nu zijn de meeste van deze passagiers gewoon onderweg naar hun werk; ze overvallen geen oude vrouwtjes en dealen geen drugs. Toch voelt elke pendelaar het verschil tussen een plaats waar men elkaar begrijpt en één waar dat niet het geval is. En dat verschil is niet klein.

Dat een migrant Nederlands moet leren wordt door links en rechts gerechtvaardigd vanuit het belang van de migrant. Niet verwonderlijk: zijn kansen op de arbeidsmarkt nemen spectaculair toe zodra hij de taal machtig is. Het welzijn van de nieuwkomer is dan ook een prima reden om taalbeheersing dwingender te maken. Maar het is niet de enige reden, zelfs niet de belangrijkste.

Een gemeenschap heeft immers het recht om zichzelf te begrijpen. Wanneer op het openbaar domein — markten, sportcentra, universiteiten, treinen en bussen — een dozijn talen wordt gesproken, worden metershoge hekken opgetrokken. En die hekken zijn niet enkel een obstakel voor mensen die met elkaar wíllen praten. Wie op de bus zit, heeft meestal immers weinig zin om een conversatie aan te knopen met een wildvreemde, of die nu Nederlands spreekt of niet. Toch is het voedend voor een gemeenschap om elkaar te verstaan; om zich te ergeren wanneer een medereiziger iets dwaas zegt of dieper na te denken wanneer hij een goed punt maakt. Ook dat is samenleven, ook dat is gemeenschap.

Anderstaligheid is een maatstaf voor de maatschappelijke stand van zaken die niet gevat wordt door werkloosheidscijfers en misdaadstatistieken. En zo zijn er nog wel wat.

Wie na zijn busrit van Leuven naar Brussel aankomt aan het Noordstation, wordt geconfronteerd met een ander straatbeeld. Niet van criminelen of werklozen (al zijn die er zeker ook), maar van etno-culturele gemeenschappen die vijandiger staan tegenover, bijvoorbeeld, vrouwelijke vrijheid en de gelijkwaardigheid van beide geslachten. ‘Vijandig staan tegenover’ is evenwel geen misdrijf, toch zolang die vijandigheid niet uitmondt in (seksueel) geweld. Een attitude volstaat evenwel om een gemeenschap te veranderen. Sommige vrouwen zullen zich anders kleden, zich anders gedragen wanneer ze in ‘bepaalde’ buurten rondlopen, andere zullen ze geheel mijden. Attitudes creëren een werkelijkheid, toch wanneer ze gedeeld en dominant worden.

Een aderlating voor de wereld

Veel Europeanen beseffen nog steeds niet hoe verregaand Europa al veranderd werd. Dat komt onder meer omdat het vooralsnog mogelijk blijft de verandering niet onder ogen te komen. Wie zich terugtrekt uit de steden, komt al bij al weinig inwoners van niet-Europese komaf tegen. Het aantal autochtone burchten waarin Europeanen zich kunnen verschansen, neemt evenwel af. Dat is op zich geen waardeoordeel, slechts een vaststelling. Niet dat we waardeoordelen uit de weg moeten gaan, want de vervreemding van Vlaanderen, Nederland en belangrijke delen van West-Europa is inderdaad iets droevigs, iets negatiefs. Een minder Europees Europa is een aderlating voor de wereld. Dat mogen we niet enkel zeggen, dat moeten we zeggen.

Vandaag lijkt de Europese beschaving de enige te zijn die moet uitleggen waarom zij een bestaansrecht heeft. Andere naties mogen trots zijn op hun geschiedenis, Europeanen moeten zich schamen. Dat ondanks het geweldig aandeel van Europeanen in de planetaire vooruitgang. Daarbij is het nuttig om in herinnering te brengen dat Europese vruchten vaak enkel op Europese bodem groeiden, terwijl ‘Europese’ zonden wijdverspreid waren en lustig beoefend werden door Aziatische en Afrikaanse volkeren. Europa is bijzonder in haar goede en doodgewoon in haar kwade. Wie uitsluitend naar oikofobe activisten luistert, denkt misschien het tegenovergestelde.

Dat vooral jongeren dit vandaag zonder schroom durven zeggen, is geen toeval. De vliegensvlugge vervreemding van Vlaamse, Nederlandse en (West-)Europese steden voelt immers nóg wranger aan voor twintigers en dertigers. Zij werden veroordeeld tot een veranderende heimat door politici die zij niet hadden verkozen en beleid waarmee zij niet konden instemmen. Toen Guy Verhofstadt de Snel-Belgwet invoerde, was de auteur van dit essay drie jaar oud. Negentien toen Angela Merkel in 2015 besloot dat Europa het asielcontinent bij uitstek zou worden. De eerste keer dat hij een stem uitbracht voor eender welk parlement was in 2019. Te laat: de volwassenen hadden al besloten.

Diezelfde volwassenen zullen evenwel nooit de gevolgen dragen van hun eigen keuzes: de architecten van het Europees migratiebeleid zullen sterven nog voor het continent dat ze creëerden zijn definitieve vorm krijgt. (Jonge) Millennials en Gen Z’ers, onschuldig aan de vervreemding van hun land, moeten dan weer alleen de gevolgen ervan dragen. Nu ja, niet helemaal alleen, want ook de (weinige) kinderen die zij krijgen zullen opgroeien in een nieuwe wereld. In een slechtere wereld.

Over vijftig jaar

Dat het zover kon komen, heeft niet enkel te maken met een naïeve of doortrapte politieke klasse. Dat is natuurlijk een aantrekkelijk idee, vooral omdat het de doorsnee Europeaan vrijpleit van elke schuld. Helaas: Brussel en Den Haag konden maar doen wat ze deden omdat een apathische burgerij haar schouders ophaalde. Zolang Deliveroo het avondeten aan huis bracht en Netflix zijn prijzen niet té veel opdreef, liet de Europeaan begaan. Het brood en het circus waren maar enkele clicks verwijderd, dus hoe slecht kon het nu werkelijk gaan met de wereld om hen heen?

Een luiheid die geen vergeving verdient. Zeuren zonder maatschappelijk engagement – een vraag stellen tijdens een lezing, een Facebookpagina aanmaken, meestappen in een betoging, een opiniestuk schrijven… – is waardeloos. Wie tijd heeft om ’s avonds naar het nieuwste seizoen van Stranger Things te kijken, heeft ook tijd om een debat bij te wonen, een audioboek te beluisteren (relaxter dan lezen) of een politicus lastig te vallen op sociale media omdat hij de belangrijke vragen negeert. ‘De politiek, da’s niks voor mij’ is geen optie meer. Tenzij, natuurlijk, u vindt dat de zaken prima lopen. Bestelt u dan gerust nog een pizza. (Uber Eats zou iets goedkoper zijn.)

Over vijftig jaar zijn heel wat mensen die vandaag leven dood. Zij hebben geluk, en zullen geen rekenschap moeten afleggen voor hun stilzitten. Diegenen die waarschijnlijk wel nog leven – twintigers, heel wat dertigers – zullen dat wel moeten doen. Hun maatschappelijk engagement moet plaatsvinden met die wetenschap in het achterhoofd.

Deze generaties, de leiders van morgen, moeten zich ook de volgende vraag stellen: of het Europa van 2076 nog zal lijken op het Europa waarvoor Europese veteranen anderhalve eeuw eerder vochten, en dat de architecten van een herstellend continent in de jaren erna met bloed, zweet en tranen in elkaar timmerden. Een Europees Europa van natiestaten, zelfbewust en niet zelfhatend, vrij van buitenlands tribalisme. Een Europa waarin Europese hoofdsteden lijken op het land waarvan ze de hoofdstad zijn. Een land waarin iedereen op de bus naar die hoofdstad de taal van het land spreekt.

De strijd wordt zwaar, maar is niet hopeloos. En Vlaanderen, Nederland en Europa verdienen niets minder dan onze uiterste best. Onze voorouders evenzeer. In 2026 en later.

***

Roan Asselman (1996) is voorzitter van het Custodes Instituut. Hij schreef deze bijdrage in eigen naam. Roan studeerde rechten (cum laude) en bio-ethiek (magna cum laude) aan de KU Leuven en behaalde een postgraduaat in het vermogensbeheer aan de EHSAL Management School. Na enkele jaren in de zakenadvocatuur werkt hij sinds 2023 als analist, columnist en redacteur bij het Vlaamse Doorbraak.

Related Posts

0 Comments